Mijn zoon wilde zijn verjaardagsfeestje vieren. Maar hij was niet jarig. Nee, hij wilde iets anders. Ik vond het in ieder geval geen feest. Dat weet ik nog goed.

Ik had net mijn zoon van 7 naar bed gebracht, gezellig voorgelezen, grapjes gemaakt en geknuffeld. Net nadat ik zijn kamer uitging en hem welterusten wenste, vroeg hij me: “Mama wanneer gaan we mijn feestje vieren?” Ik zei hem dat het nog lang geen tijd was om zijn feestje te vieren. Toen zei hij me; “Nee niet voor mijn verjaardag, maar voor als ik doodga.”

Wat? Hoorde ik het goed? Zei mijn zoon nou zijn dood te willen vieren?

Ik schrok me rot, was perplex en stotterde er zelfs van. Wat hij me toen vertelde, zal ik nooit vergeten. Hij wilde niet meer, had er genoeg van. Het moest stoppen. Wat dan?

Ze begrijpen met niet. Ze snappen niet wat ik zeg. Ze vinden dat ik gek doe en raar ben. Ik zei hem dat ik nooit een feestje zal vieren als hij dood gaat. Hij moest glimlachen.

Dat gevoel joh. Echt. Niet te beschrijven hoe ik me toen voelde. In shock, beduusd, boos. Ik weet het niet meer. Gunnen doe ik het niemand. Dat je kind je verteld, dat hij het leven beu is. Wat moest ik hiermee? Ik moest het vertellen. Ik moest dit delen. Ik moest vanalles. Dit was niet goed.

Helaas voor mij was het geen warme douche. Mensen die dicht bij me stonden, die me afpoeierde met “gaat wel weer over” of “dat hoort erbij” of zelfs “heb je het wel goed gehoord?”

Het moest niet gekker worden. Toch?!

Ik vertelde mijn verhaal. Ik deelde het met iedereen. Ik hielp mijn zoon bij wat hem niet lukte. Alleen.
Na veel speurwerk op internet, praten, praten en nog eens praten, kwam ik erachter. Hoogbegaafd. Tja. Dat dus.

Gelukkig het lag niet aan mij als moeder. Het lag niet aan mijn aanpak, aan mijn manier van omgaan met mijn zoon. Maar wat was het lastig om te vertellen wat dit deed met míj. Zoveel opmerkingen van mensen waarvan ik het niet verwachtte. Waarvan ik dacht mijn verhaal tegen te kunnen vertellen. Die deden alsof het allemaal wel meeviel. Die vonden dat ik moeilijk deed. Ik was een zeur.

Moeilijk? Een zeur, ik? Hoe dan?

Zijn verjaardagsfeestje heb ik zeker gevierd. Het echte feestje dan hè. De geboortedag. Nu bijna 8 jaar later heeft hij vrienden. Voelt hij zich goed en verveeld hij zich zelden. Topper! Kanjer! Zoon van mij! Die zeur.